Europa, in het kader van het locale en globale
Mijn kunstwerk zal over solidariteit gaan.
Wij zijn tot solidariteit verplicht, willen we kunnen overleven. We leven nu eenmaal op dezelfde aardkloot, waar de uitingen van de een als maar meer invloed hebben op die van de ander. Europa is bijna als het kleine dorp van vroeger en de wereld als de gemeenschap omgevende dorpen geworden.Nu hebben ontwikkelingen plaats die invloed hebben op het gehele continent en zelfs de hele wereld. We mogen dan ook diegene erover aanspreken die niet tot die solidariteit te bewegen zijn. Maar toch moeten we ook de eigenheid van eenieder respecteren. Hier is een spanning ontstaan van het plaatselijke ten op zichte van het globale. Globalisering brengt onzekerheid, terwijl het plaatselijke te knus kan worden en nauwelijks tot ontwikkeling leidt.
Deze spanning is tevens boeiend en het bracht bepaalde kunstenaars al tot een formulering ervan. Zoals bijvoorbeeld Réne Daniëls in zijn schilderij ‘Zig-Zag’ dat hij de ondertitel ‘Eindhoven Niet Eindhoven’ meegaf en het als tekst op het kunstwerk schilderde, om het plaatselijke aan het globale te linken, maar tevens het plaatselijke in zijn waarde te laten.
Globalisering is te mijden als ze alles vervlakt en als alles enkel overgelaten wordt aan het grote (de concerns en grote banken, bedrijven en zelfs staten), maar niet als je je betrokken voelt bij de ander, zijn cultuur en eigen-aardigheden, dan wordt je Europeaan en vooral wereldburger.
Hoe kunnen we dit verwerkelijken ?
Alles wat wij doen heeft nu invloed op de ander; de economie en de industrie, politiek, kunst, wetenschap en techniek, noem maar op. Niets blijft plaatselijk van belang als het zijn waarde voor de mensheid bewijst.
Vandaar dat mijn kunst over solidariteit gaat, want solidariteit linkt het plaatselijke aan het globale en andersom. Ook in mijn kunstwerk wil ik koppig mijn eigenheid behouden en het toch aan de wereld presenteren.
‘Wie hedendaagse kunst wil beschrijven met nationale stereotypen doet de muze te kort. Het is onzinnig kunst los te zien van haar regionale herkomst, maar het is even onzinnig haar reikwijdte daartoe te berperken.’ schrijft Vanden Boogerd.
We beginnen altijd bij onszelf, om ons tegen te komen bij de ander in de wereld.
We dienen onze eigen-aardigheden te presenteren in de wereld en die van de ander te willen ‘voelen’, ‘proeven, ‘ruiken’, ‘zien’ en ‘horen’,
Het is de wereld ondervinden in je kleine omgeving, maar ook je omgeving toevoegen aan die wereld.
Ik denk dat we dit kunnen verwerkelijken door ons engagement en door onze autonomie te bewaren. De eigen fouten en goede kanten telkens in vraag te stellen, die te toetsen aan die van de ander en niet kritiekloos te zijn. Ook kunst kan op deze wijze politiek iets betekenen, volgens het motto van Hirschhorn ‘Ik maak geen politieke kunst, ik maak kunst politiek.’
Voor kunst bestaan er geen grenzen, er zijn enkel de beperkingen van het medium.
Groetjes
Jaak

Leave a comment